Het rendement van zonnepanelen is afhankelijk van een
groot aantal factoren. Hetzelfde paneel kan daarom op de ene plaats betere
prestaties leveren dan op een andere plaats. Dit levert voor de industrie een
probleem op; hoe druk je het vermogen van een zonnepaneel uit? De oplossing
heeft men gezocht in de eenheid wattpiek (Wp). Het vermogen van zonnepanelen
wordt nagenoeg altijd uitgedrukt in deze eenheid, die het vermogen van het
zonnepaneel onder ideale omstandigheden (25°C bij 1000W/m2 lichtintensiteit)
weergeeft. In de praktijk zult u deze omstandigheden helaas nooit halen, omdat
Nederland eenmaal geen zonnig land is. U kunt echter wel degelijk dingen doen
om óók in Nederland het maximaal haalbare uit uw zonnepanelen te halen. Hier
bespreken we diverse factoren die van invloed zijn op de opbrengst van de
panelen. Houd hier bij het kopen van zonnepanelen rekening mee!
De
intensiteit van de zon
De eerste is wellicht een overduidelijk inkopper. Hoe
feller de zon schijnt, hoe beter een zonnepaneel zijn werk kan doen. Het is om
deze reden dat een zonnepaneel vooral in de lente en zomer goed tot zijn recht
komt. Omdat de zon in de herfst en winter minder krachtig is, worden er minder
vrije elektronen en gaten gecreëerd (zie zonnecellen en halfgeleiders), waardoor
de stroomsterkte in de stroomkring afneemt. Bij een goed geïnstalleerde
zonnecel die weinig hinder ondervindt van weerstanden (zie de volgende
paragraaf), blijft de spanning ongeveer op hetzelfde niveau, waardoor de afname
in vermogen relatief beperkt blijft.
De
weerstand van de stroomkring
Als u uw PV-systeem als losstaand systeem gebruikt (dus
niet gekoppeld aan het net), dan is het van belang de weerstand van de
stroomkring zo laag mogelijk te houden. Aangezien weerstand via de wet van ohm
direct van invloed is op de spanning en stroomsterkte, zullen deze twee
factoren met de weerstand meeveranderen. Het nadeel hiervan, is dat de
zonnecellen op een spanning-stroomsterktepunt gaan werken dat afwijkt van het
ideale maximum power point. Met verder toenemende weerstand gaat de zonnecel
zich eigenlijk steeds meer als een Ohmse weerstand gedragen (zie grafiek). In
duidelijk Nederlands: de totale opbrengst van een zonnecel daalt met toename
van de weerstand van de stroomkring.
In
deze grafiek is overduidelijk zichtbaar wat het effect van toenemende weerstand
op de I-V curve van een zonnecel is. De spanning behorend bij een bepaalde
opgewekte stroomsterkte daalt, waardoor de totale opbrengst (P=V*I, of P=V^2/R)
ook lager is.
Schaduwval
Ook voor zonnepanelen geldt, dat de spreekwoordelijke
ketting zo sterk is als de zwakste schakel. Met name als zowel de zonnecellen
als de zonnepanelen in serie geschakeld zijn gaat deze stelling op. Omdat
serieel geschakelde zonnecellen op de stroomsterkte van de laagste cel werken,
kan het zo zijn dat een enkele beschaduwde cel de opbrengst van het hele
systeem omlaag haalt. Het alternatief, parallel schakelen, is in een dergelijke
situatie vaak onmogelijk omdat de omvormer op een bepaalde spanning is
berekend. Gelukkig zijn de zonnepanelen van de meeste PV-systemen voor een
groot deel parallel geschakeld, omdat zonnepanelen vaak zelf al 12V of 24V
leveren. Houd bij plaatsing van zonnepanelen hoe dan ook rekening met
bijvoorbeeld gebouwen, bomen, schoorstenen en balkons.
Het
materiaal van de zonnecel
Niet iedere zonnecel is hetzelfde; cellen kunnen van
verschillende materialen gemaakt zijn, die ieder hun voor- en nadelen hebben.
De meeste huidige zonnepanelen zijn gebaseerd op monokristallijn, danwel
polykristallijn silicium. Cellen op basis van monokristallijn silicium zijn
duurder, maar bieden een hoger rendement dan polykristallijne zonnecellen.
Dunne-film zonnecellen op basis van amorf silicium, zware metalen en / of
organische bestanddelen zijn voor de commerciële markt nog niet interessant
genoeg. De laatste jaren worden echter grote vooruitgangen geboekt in het
onderzoek naar de toepassing van organische polymeren. De verwachting is dan
ook dat het dunne-film zonnepaneel het straatbeeld langzaam maar zeker zal gaan
domineren.
Veel mensen denken dat een zonnepaneel bij hoge
temperaturen beter presteert. Het omgekeerde is echter waar. Omdat de
geleidbaarheid van halfgeleiders bij toenemende temperatuur toeneemt (de
elektronen worden mobieler), wordt het makkelijker voor elektronen om gaten
elders in het materiaal weer op te vullen. Omdat dit de elektrische balans in
de cel verbetert, valt het elektrische veld bij de grenslaag weg, waardoor de
lading niet meer goed gescheiden kan blijven. Het resultaat is een dalende
spanning tussen de twee lagen. Dit effect wordt in onderstaande figuur geïllustreerd.
Het
effect van temperatuur op de I-V curve van een zonnecel. Uit deze grafiek
kunnen we afleiden dat de opbrengst van een zonnecel daalt met toenemende
temperatuur. De stroomsterkte stijgt wel door de toenemende mobiliteit van de
elektronen, maar de toename is dusdanig gering, dat deze nauwelijks merkbaar
is
.
De opbrengst van zonnepanelen (in wattpiek) is bepaald
bij een temperatuur van 25°C. Op een warme zomerdag kan een zonnepaneel echter
gerust 65 graden heet worden; een temperatuur waarbij u zo’n 20% opbrengst
inlevert (ruwweg 0,5% per graad celcius boven de 25°C). Het is dus van belang
zonnepanelen zo koel mogelijk te houden. Hoewel dit uiteraard niet altijd even
goed mogelijk is, is het van belang in ieder geval de passieve koeling goed op
orde te hebben. Installeer de zonnepanelen niet te dicht op elkaar en zorg
ervoor dat de wind, naast tussen de panelen door, ook onder de panelen door kan
waaien. Een zonnepaneel presteert eigenlijk op zijn best tijdens een zonnige
zomerdag mét een koele wind die de panelen koel houdt.
Met name in warmere landen is het van belang te kiezen
voor een zonnepaneel met een lage temperatuurcoefficient. Deze waarde geeft de
gevoeligheid van het zonnepaneel voor temperatuurvariaties weer; hoe lager, hoe
beter. In Nederland maakt het nauwelijks uit, maar een zonnepaneel op basis van
monokristallijn silicium presteert met -0,4%/°C net iets beter dan een
zonnepaneel op basis van polykristallijn silicium (-0,5%/°C). Wat in de
toekomst wél uit gaat maken, is het feit dat zonnecellen op basis van amorf
silicium een gevoeligheid hebben van slechts -0,15 tot -0,25 %/°C.
bijgewerkt tot
en met 12 september 2010.